De pracht
van het kustlandschap
In Bretagne is de zee
nooit ver weg: de noord- en zuidkust liggen nog geen 150 km
uit elkaar. Maar de zee is veranderlijk. Haar stemming en
kleuren wisselen onder invloed van de seizoenen en de wind.
De paden langs de kust zijn al net zo afwisselend. Wat hebben
de lange fijnzandstranden van de baai van Douarnenez en de
imposante rotspartijen van de kust bij Abers gemeen? En wat
is de overeenkomst tussen de weelderige mediterrane vegetatie
van het eiland Bréhat en het ruige landschap van het
eiland Sein? Al deze plekken hebben gemeen dat ze hun natuurschoon
alleen prijsgeven aan wandelaars. Ver weg van al het verkeer
kunnen zij in alle rust genieten. Met zijn indrukwekkende
landschap en innige schoonheid is het niet verwonderlijk dat
wandelaars dit toevluchtsoord aan de Bretonse kust koesteren.
In de buurt van Cancale komen de wandelpaden samen bij La
Pointe du Grouin, een landtong die zich van vijftig meter
hoogte in een azuurblauwe zee stort. Langs de Côte d’Emeraude
voert de wandeling verder over de heuvelachtige Cap Fréhel
en de stranden van Goëlo. Voorbij de glooiende duinen
van Keremma langs de Mer d’Iroise slingeren de paden
tussen gaspeldoornstruiken en heidestruiken over het schiereiland
Crozon. Iets meer beschut tekent zich de grillige zuidkust
af tussen Penmarc'h en Quiberon met een harmonieuze afwisseling
van kiezelstranden, baaitjes, klippen en riviermondingen met
inheemse flora. Aan wandelaars de eer om de vele vogelsoorten
in dit kustgebied van dichtbij te bewonderen, zoals jan-van-genten,
sternen, aalscholvers, zeekoeten en rotganzen. Te voet is
het prachtige kleurenpalet van de planten, bijvoorbeeld silenen,
narcissen, zeeanjelieren en strandkruid, een lust voor het
oog.
|